Geef je mening!

Dagboek van een starter

22 februari 2008 - Intermediair

Tegenvallend werk, geen begeleiding, starre collega's; veel starters krijgen ermee te maken. Negen van de tien houden het dan ook maar een jaar vol in hun eerste baan. Eelco van Hulsen (28) hield een dagboek.

Het begin

Mijn allereerste werkdag en ik kom meteen een halfuur te laat, dat begint goed. De bossen van Leusden zijn met de bus vanuit Utrecht toch minder gemakkelijk te bereiken dan ik dacht. Maar snel mijn rijbewijs halen. De ontvangst viel gelukkig mee: toen ik aankwam, stonden de begeleiders al voor het raam te zwaaien. Ze nemen voor het eerst sinds jaren weer jonge mensen aan, een klasje van veertien nieuwe trainer-trainees ineens. Ik ben benieuwd.

Eelco van Hulsen (28) studeerde in maart 2005 af in de sociale psychologie. Na wat uitzendwerk en enkele reizen begon hij begin 2006 bij SBI Training & Advies aan zijn eerste echte baan. Een jaar later was hij er alweer weg. Van de veertien trainees in zijn klasje is intussen nog de helft over.

SBI richt zich op de groepsprocessen in en het werk van ondernemingsraden. Dat had niet echt zijn interesse, weet Van Hulsen nu, hij werkt liever een op een met mensen die hun kwaliteiten willen ontdekken. Dat was niet de enige reden voor zijn onvrede. Hij ervoer wat veel starters herkennen: hij was onzeker over zijn toegevoegde waarde, merkte dat collega's niet openstonden voor verandering en kreeg werk en privé maar moeizaam in balans. In tegenstelling tot menig andere starter kreeg hij een sympathieke mentor en goede inhoudelijke begeleiding. Maar de moeheid en twijfel bleven, en leidden uiteindelijk tot zijn vertrek.

Negentig procent van de hoogopgeleiden verlaat zijn eerste werkgever al na een jaar, bleek eind vorig jaar uit onderzoek van werving- en selectiebureau Ad Rem Young Professionals onder 527 hoogopgeleide ‘ex-starters'. Laurens Simonse (29), oprichter van onder meer werving- en selectiebureau TalentToday, en Otteline Asselbergs (31), oprichter van Young People Coaching, herkennen het verhaal van Van Hulsen; veel starters hebben dezelfde problemen. De onzekerheid, de onduidelijke taken, wennen aan collega's, een balans vinden tussen werk en privé en twijfelen over de baankeuze; het zijn vijf typische startershobbels, vinden zij.

Eelco van Hulsen hield tijdens zijn eerste werkjaar een dagboek bij. Simonse en Asselbergs reageren op zijn verhaal.

Tweede maand

Wat kan ik eigenlijk?

Wat heb ik eigenlijk geleerd in mijn studie? Ik heb hier geen drol aan alle gedragstheorieën. Ik loop al twee maanden mee in de trainingen van mijn mentor, en hij heeft ervaring, grapjes en technieken paraat. Ik kan wel een serieus gezicht trekken en een net pak aandoen, maar de groep die straks alleen mij krijgt, komt er bekaaid af.

Het is een cliché, dus waar: tussen theorie en praktijk zit een groot verschil. Starters hebben het succes van het afstuderen vers in het geheugen, de theorie nog paraat en verwachten veel van zichzelf. Bij de meesten verdwijnt die houding al snel; ze gaan twijfelen aan hun capaciteiten. Simonse: ‘Bij een opleiding commerciële economie of bedrijfskunde bijvoorbeeld, hebben ze geleerd als manager te denken, strategisch. In hun werk komt daar de eerste jaren maar weinig van terecht. Ze verwachten wel na een maand of zes verder te groeien, maar slechts weinigen krijgen binnen de eerste drie à vijf jaar een leidinggevende functie.'

Starters hebben dus een onrealistisch beeld van werk, en van zichzelf. Asselbergs: ‘Ze denken dat ze meteen volledig moeten kunnen meedraaien en alles moeten weten. Ze meten zich met mensen die al veel meer ervaring hebben. "Bekijk het eens alsof het niet om jou, maar een andere starter gaat", zeg ik tegen hen. Dan beseffen ze dat hun beeld irreëel is. Het kost zeker een paar maanden om zich het werk eigen te maken. En geen werkgever verwacht dat ze alles meteen kunnen.'

Derde maand

Wat verwachten ze van me?

Ik liep vanochtend met mijn badge opgespeld het conferentieoord binnen en wist: vandaag doe ik mijn eerste training in mijn eentje. Mijn mentor Wim zat er even bij. Na een halfuur zei hij: ‘Ik zie het, ik kan het helemaal aan hem overlaten', en liep weg naar een andere ruimte om daar stand-by te zitten.

Op de terugweg viel ik weer bij hem in de auto in slaap. Ik zit dan naast hem te knikkebollen en doe echt mijn best wakker te blijven. Gelukkig klikt het goed tussen ons. Hij is een bedachtzame man ­ net mijn vader ­ en ik ben speels, dat sluit goed op elkaar aan. Ik ga vaak tijdens de lunchpauze in Leusden met hem wandelen in de bossen en bespreek dan van alles. De verantwoordelijkheid drukt wel op me soms. Als student ging het nog alleen om de punten die ik haalde. Nu sta ik voor zo'n groep die echt iets verwacht.

Eelco van Hulsen trof het met zijn begeleider. Hij werd pas losgelaten toen hij klaar was om te vliegen, en kon over het werk blijven praten. Andere starters hebben dat niet, zo'n twee van de drie keer maakt een bedrijf de beloofde begeleiding niet waar, schat Simonse. ‘Bedrijven hebben het vaak te druk. En niet iedereen vindt het leuk om mensen te begeleiden, of heeft er naast zijn eigen baan tijd voor.'

Asselbergs merkt bij de mensen die ze coacht dat negen van de tien in hun werk echt aan hun lot zijn overgelaten. Het ontbreekt aan regelmatig overleg, duidelijkheid over hoe er wordt gewerkt, en aan ruimte om vragen te stellen. ‘Je moet een starter op zijn gemak stellen en zorgen dat hij met vertrouwen aan de slag kan.'

Starters kunnen het initiatief nemen en vragen om meer begeleiding, of om een gesprek met hun leidinggevende. Simonse: ‘Dat is heel eng, maar het is belangrijk feedback te organiseren. Werkgevers denken: ik hoor hem niet, het zal wel goed zijn. Als je onzeker bent, kun je dat beter bespreken. Alleen kom je er niet uit.'

Zevende maand

Zijn collega's vrienden?

‘Wel leuk.' Dat was het, wat ze over mijn filmpje zeiden. Ik had van een congres van twee collega's een filmpje gemaakt, helemaal in mijn eigen tijd gemonteerd, er muziek onder gezet. Ik dacht dat we het konden laten zien aan collega's, of aan klanten voor promotie misschien. Niks. Dat doe ik dus niet meer. Voortaan steek ik ergens pas energie in als ik de directie mee heb. SBI heeft wel lef dat het sinds jaren zo'n klasje met jonge trainers neemt. Maar dan moet zo'n organisatie ook openstaan voor nieuwe ideeën.

Collega's zijn geen onvoorwaardelijke vrienden. Ze hebben hun eigen belangen, willen zelf hun baan behouden of hogerop komen. Het is een kwestie van aanvoelen wie wel en wie niet te vertrouwen is. Asselbergs: ‘Wees op je hoede, vertel niet meteen alles. Dat kan leiden tot geroddel. Wacht even tot je ziet hoe de verhoudingen liggen. Ik hoor wel eens dat starters een collega iets toevertrouwen, en dat later terug horen via hun leidinggevende.'

Mensen neigen niet tot verandering en ervaren iemand met nieuwe ideeën soms als bedreigend. Die krijgt niet automatisch alle ruimte, maar wordt juist wel eens met de nek aangekeken, aldus Asselbergs. Van Hulsen ervoer dat een bestaande routine moeilijk te doorbreken is. Hij beseft nu dat hij in het vervolg beter draagvlak kan zoeken voor hij zijn ideeën uitvoert.

Negende maand

Vermoeiend

In het begin van het jaar zeiden ze als eerste: ‘zorg goed voor jezelf'. Na drie weken viel me al op: dat doen ze zelf niet! Veel uren, veel trainingen, en veel en vet eten. Het lijkt leuk, steeds in die hotels en vette krabsalade bij het lunchbuffet, maar ik had er na drie maanden al een buik van. Nu eet ik alleen boterhammen met kaas.

Het is wennen, dat werken. Ik heb opeens een ritme, moet me élke dag netjes aankleden en scheren en niet alleen als ik daar zin in heb. En mijn privéleven gaat ook gewoon door. Ik had vorige week met mijn amateur-theaterclub drie doordeweekse voorstellingen. Op de tweede avond ging ik door mijn rug, te veel hooi op mijn vork genomen de laatste tijd. De derde voorstelling heb ik op pijnstillers gedaan, en de ochtend daarop moest ik naar Zwolle voor een tweedaagse training. Ik kon amper zitten, maar meldde me niet eens ziek. Ja hallo, denk ik dan, ík ben toch degene die toneel speelt?

Je moet eigenlijk ook begeleid worden in het beheren van je agenda en in het stellen van grenzen. Anders ga je eraan onderdoor.

Wie begint met werken doet nieuwe indrukken op, moet wennen aan een ander ritme en een andere omgeving. Dat kost energie. Zeker in de eerste weken, zegt Simonse. ‘Als je dat na drie maanden nog hebt, moet je maar eens langs bij de dokter.'

Asselbergs ziet veel mensen die wel langer vermoeid zijn. ‘Sport, vrienden, met alles gaan ze door zoals vroeger, terwijl ze minder tijd hebben. Maar het duurt wel een half jaar voor ze naast hun werk weer iets erbij kunnen doen.'

Prioriteiten aanbrengen in hun hobby's blijkt lastig, en ze willen hun vrienden niet teleurstellen. Asselbergs: ‘Uiteindelijk besteden ze de minste tijd aan dingen die ze voor zichzelf belangrijk vinden: tekenen, muziek maken, fotografie. Maken ze een lijst met prioriteiten, dan blijken die dingen vaak hoger te staan dan ze denken.' 
 

Twaalfde maand

Is dit het nu?

Ik ben blij dat ik het eerlijk heb verteld: ik zit hier niet op mijn plek. Ik ben moe en ongemotiveerd, en kan hier niet doen waarvan ze eerst zeiden dat het kon: persoonlijke-ontwikkelingstrainingen geven in plaats van alleen ondernemingsraden trainen. Het ís mijn vak; trainen is wat ik doe op deze aardbol. Maar wel anders.

Binnenkort begin ik als trainer bij Horizon Training & Development, mijn vroegere stageplek. Ik loop nu al lichter over straat. Helaas wil mijn huidige directeur nu opeens wel andere mogelijkheden met me bespreken. Ik had me misschien eerder eerlijk kunnen uitspreken, dan had hij kunnen mee-veranderen.

Het werk is bijna nooit wat starters willen en verwachten. Dat ligt deels aan de bedrijven, die in hun jacht op talent de vacatureteksten mooier maken dan de banen zijn, weet Simonse. ‘Een gecombineerde binnen- en buitendienstfunctie kan best betekenen dat iemand voor negentig procent binnen zit'. Het ligt ook aan de starters dat ze niet meteen op hun plek terechtkomen, vinden Simonse en Asselbergs. Ze hebben geen goed beeld van de arbeidsmarkt en informeren zich nauwelijks over het bedrijf waar ze solliciteren. ‘Een baan vinden is niet even een pak suiker kopen', zegt Asselbergs verontwaardigd.

Wie wil weten of een baan bij hem past, kan onderzoek doen naar wat het bedrijf doet, en vragen opstellen over de functie. Simonse: ‘Vraag eens: hoe ziet mijn werkweek eruit?' Je hebt er veel aan als je iemand kunt spreken die een soortgelijke functie vervult, of een middag met zo iemand mee kunt lopen. Asselbergs: ‘Als dat niet kan, zegt dat meer over het bedrijf dan over jou.'

Niet dat een starter in de baan die hem past, de startershobbels niet tegenkomt. ‘Het groene moet er af, en dat kost even tijd', zegt Simonse. Asselbergs: ‘Als je zeker weet dat je op de goede plek zit en het wordt even moeilijk, dan moet je doorbijten. Je krijgt het allemaal niet cadeau.'

Bekijk de video en zie hoe het Eelco vergaat in zijn tweede baan.
Voor meer startersfilmpjes zie www.intermediairforward.nl/startersinbeeld

 

5 tips van Laurens Simonse
Wees realistisch. Weinig starters maken binnen een jaar promotie. Zoek een coach binnen het bedrijf, iemand die jouw fase al heeft doorgemaakt. Doe dingen die niet bij je functie horen. Zo onderscheid je je van de meeste collega's.Laat jezelf en je successen zien. Verwacht niet dat je baas ze vanzelf opmerkt. Doe dingen voor 105 procent. Je werk goed doen geeft zo veel meer voldoening dan salaris of promotie.

 

 

5 tips van Otteline Asselbergs
Maak de balans op voor je solliciteert. Wat wil je, waarom, wat kun je goed? Bespreek dat ook eens met anderen. Solliciteren is tweerichtingsverkeer; jij moet het bedrijf ook als werkgever willen. Vraag dus door over de functie en wat er verwacht wordt. Vraag bij het solliciteren of je de werkomgeving en collega's kunt zien. Durf fouten te maken, het hoort erbij en je leert ervan.Verlies nooit het vertrouwen in jezelf. Kijk naar wat je wél kunt.


 



Bekijk hier het origineel

"Voor alle media- en persrelelateerde vragen sta ik u graag te woord. Ik ben bereikbaar via onderstaand telefoonnummer of mobiel op 06-21127800."

Willem van der Steen

Marketing Manager
0736121614

Wij bellen u graag